Levensbeschrijving Elisabeth Leseur 1866-1914

Posted on: za, 03/10/2018 - 15:33 By: admin
echtpaar leseur

Elisabeth Arrighi, in 1866 geboren te Parijs, stamde uit een gegoede katholieke familie. Zij was de oudste van 5 kinderen, 4 meisjes en een jongen. Al van jongs af aan kende
zij een bewust innerlijk leven met de RK religie als inspiratiebron. Haar bevindingen beschreef zij in een dagboek.
Na haar middelbare schooltijd leidde zij, volgens de conventies van die tijd, een leven dat gevuld werd met het bezoeken van culturele evenementen en vakantie aan zee of in de bergen. Zij was erudiet en bekwaamde zich in meerdere talen. Op 21 jarige leeftijd ontmoette zij de arts, later uitgever, schrijver en politiek journalist Felix Leseur (1861-1950), met wie zij in 1889 trouwde.
Felix, die streng katholiek was opgevoed, had zich van het Rooms Katholicisme afgekeerd, was een vrijdenker, een uitgesproken adept van het Verlichtingsdenken met een zeer antiklerikale inslag. Bij het huwelijk beloofde hij evenwel dat Elisabeth alle ruimte zou krijgen voor haar geloofsleven. Kort na hun huwelijk werd Elisabeth ernstig ziek door een leveraandoening en was zij maanden aan het bed gekluisterd. Toen zij hersteld was pakte zij, nu samen met Felix het dagelijks leven weer op. Zij hadden een zeer druk, mondain sociaal leven, reisden veel en zetten zich in voor goede doelen. De gezondheid van Elisabeth is altijd zorgelijk gebleven.
Aanvankelijk leek Elisabeth haar man te volgen in een leven waarin geen plaats was voor geloofsbeleving, maar na lezing in 1898 van het controversiële ‘La vie de Jésus’ van de atheïst Ernest Renan kreeg zij weer belangstelling voor het geloof, keerde zij actief terug tot de RK kerk en verdiepte zich breed in de geloofsleer. Met haar intellectuele inslag raakte zij vertrouwd met de werken van o.a. Augustinus, Thomas van Aquino, Theresia van Avila. Haar man stak daar onophoudelijk de draak mee en Elisabeth heeft blijkens haar dagboek geleden onder de geestelijke afstand die op dit punt tussen hen bestond. Het neemt niet weg dat zij voor het overige een zeer goed huwelijk hadden. Elisabeth
was een charmante, innemende vrouw die zich uitstekend kon redden in de elite van diplomaten, vrijdenkende intellectuelen, schrijvers en kunstenaars. Over en weer waren de echtelieden zeer op elkaar gesteld. Hun huwelijk bleef tot beider verdriet kinderloos.
Het overlijden van haar zus Juliëtte in 1905 na een lang ziekteproces was een groot verdriet voor Elisabeth. Zij wist zich hierin echter gesteund door een liefdevolle Felix en door haar geloof, dat zij meer en meer op mystieke wijze met inbegrip van eenvoudige verstervingen beleefde. In haar uitingen daarover stelde zij zich tegenover Felix terughoudend op in het vertrouwen, zoals zij in haar dagboek schreef, dat hij ooit de weg naar het geloof zou vinden. Haar diepste, door het geloof geïnspireerde
binnenleven bleef ook voor het overgrote deel van de buitenwereld verborgen.
Met haar gezondheid ging het bergafwaarts. Vanaf eind 1907 werd zij door haar leveraandoening steeds meer aan huis gebonden. In 1911 onderging zij een zware operatie nadat borstkanker bij haar was geconstateerd. Door haar steeds groeiende diepgang in het geloof was zij in staat om haar ziekte positief te beleven en veel voor haar omgeving te betekenen; zij werd tot op de dag van haar dood door vele mensen opgezocht die zich door haar persoon en wijsheid gesteund wisten.
In 1912 maakte zij met Felix een reis naar Lourdes waarbij Felix weliswaar onder de indruk kwam van de devotie waarvan hij getuige was, maar geen behoefte voelde om toenadering tot het geloof van zijn vrouw te zoeken. Vanaf het voorjaar van 1913 ging de gezondheid van Elisabeth steeds verder achteruit. De laatste 3 maanden van haar leven werden een lijdensweg van toenemende fysieke kwellingen en pijn, die zij tot het einde vol vertrouwen en overgave heeft afgelegd. Zij overleed op 3 mei 1914.
De zeer drukbezochte begrafenis en de geschriften van Elisabeth brachten Felix tot het besef dat hij in feite geen notie had gehad van het rijke innerlijk leven dat zijn vrouw had gekend en van de betekenis die zijn vrouw door haar levenswijze en geloofsbeleving - tot dan toe door hem als een soort kwezelarij beschouwd - voor anderen had gehad. Hij raakte zeer onder de indruk van haar gedachtegoed, zoals dat bleek uit haar dagboeken en notities, en bekeerde zich tot het katholieke geloof. Voorts publiceerde hij haar dagboeken, die zij vanaf 1899 tot aan haar dood had bijgehouden.